Stichting Restore Justice

                                 
                                   Een initiatief tot herstel van vertrouwen in de rechtsstaat

Deconfiture van de Rechtsstaat: de Hoge Raad en de Menselijke maat.


Op 17 april 2018 deed de Hoge Raad der Nederlanden uitspraak in het jarenlang slepende herzieningsproces in het herzieningsverzoek van Huseyin Baybasin. De Hoge Raad is de hoogste rechter in ons land en beoordeelt in allerlaatste instantie de door lagere rechters opgelegde vonnissen. Dhr. Baybasin heeft in 2011 de Hoge Raad gevraagd nog eens te kijken naar de veroordeling tot zijn levenslange gevangenisstraf en deze mogelijk te herzien. Baybasin heeft altijd – met redenen – beweerd dat hij onschuldig is aan hetgeen hem te laste werd gelegd.


Enkele tientallen belangstellenden en supporters van de verdediging reisden naar Den Haag voor een seance die uiteindelijk niet langer dan 10 minuten zou duren. En zoals dat een bijeenkomst van supporters betaamt, werd de zittingszaal beschermd door tenminste 8 tot de tanden bewapende parketwachters en evenzovele suppoosten. Kennelijk verwachtte de Raad aanwezigen met een hoog risicoprofiel.


Poppenkast voor de Bühne. Op die beveiligde Bühne achter glas, die toegang verschafte aan slechts 30 personen, waardoor overige belangstellenden op de gang moesten blijven wachten, zaten de in het schriftelijke vonnis genoemde intelligente personen, die zich door Baybasin zouden hebben laten mobiliseren (3.1.1. uitspraak HR); wachtend op een vonnis dat met kracht van argumenten, inhoudelijk en overtuigend, zou worden gewezen. De oren werden gespitst: immers de meeste van deze toehoorders kennen het dossier Baybasin van binnen en van buiten, hebben de conclusie van de advocaat-generaal bestudeerd en diens argumenten en die van de verdediging tegen elkaar afgewogen.


In plaats van een voorlezing en een toelichting bij het vonnis moesten de verzoeker, diens advocaat en de belangstellenden het doen met een korte samenvatting, die binnen 3 minuten door de voorzitter werd voorgelezen. De onmenselijke bejegening die dhr Baybasin ten deel viel – het enige woord dat de rechter tot hem richtte was: “gaat u zitten” - was het eerste dat opviel. Je zou toch zeggen dat een persoon die al 20 jaar detentie en 7 jaar wachten op een uitspraak van deze Raad achter de rug heeft wel een beetje persoonlijke bejegening mag verwachten: een korte adressering in de Engelse taal, daar waar de rechters heel wel weten dat Baybasin de taal van zijn gijzelnemers niet spreekt. Geen enkel woord over 7 jaar wachten…


Hij, zijn advocaat en de intelligente omstanders moesten het ter zitting doen met de volgende korte redenering: Uitsluitend in uitzonderlijke gevallen wordt een vonnis herzien. Ons inziens is hier geen sprake van een uitzonderlijk geval; wij zijn van mening dat u geen nieuwe feiten heeft ingebracht en wij geloven niet in uw complottheorie. Daarom zijn wij tot het oordeel gekomen dat herziening moet worden afgewezen en dat het oordeel van het Hof stand houdt. Dat was het dan: zonder enig argument.


Naderhand kreeg de advocaat een afschrift van het volledige vonnis, waarvan de tekst ons was onthouden. Voorlezing daarvan hadden wij zeker op prijs gesteld. Wellicht hadden we dan de redenering van de Raad nog een beetje kunnen volgen. Kenmerkend voor de denktrant van de rechters was, te vinden in het naderhand beschikbare schriftelijke vonnis, een opmerking over de argumenten van Prof Derksen; mooi dat daar wel op werd ingegaan. Prof Derksen kwalificeerde zich terzake niet als deskundige omdat hij geen jurist is. Met andere woorden: hij kan wellicht goed denken, maar hij denkt niet zoals wij; aldus de rechters.


Meest saillant is dat de Hoge Raad de conclusie van Advocaat-Generaal Aben in elk opzicht volgt en dat de Advocaat-Generaal van alle geraadpleegde deskundigen de mening van één van hen, dhr. Van den Heuvel van Midsummer Night Party, heeft laten prevaleren en personen met een andere opvatting diskwalificeerde in zijn conclusie.


In de wetenschap dat een volgende herzieningsverzoek al weer op de plank ligt en dat de Hoge Raad dus nog niet klaar is met de zaak Baybasin, zal Restore Justice haar activiteiten voortzetten. Inmiddels heeft Restore Justice een beroep gedaan op de Hoge Commissaris en de Commissie voor de Mensenrechten van de Raad van Europa en zal in mei een petitie (zie verder op deze pagina) worden aangeboden aan de Vaste Kamercommissie van Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer.

Inmiddels hebben bijna 700 mensen deze petitie getekend.


Hieronder treft u de tekst van DE PETITIE, die ondertekend kan worden via www.petities.nl: 


https://petities.nl/petitions/gerechtigheid-in-de-zaak-huseyin-baybasin?locale=nl


We hopen op zoveel mogelijk ondertekenaars, waarmee wij deze vragen kunnen voorleggen aan de Vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer.


PETITIE INZAKE “BAYBAŞIN’ EN CONCEPT KAMERVRAGEN


Datum: 31maart 2018 gesteld door STICHTING RESTORE JUSTICE

DE ZAAK HÜSEYIN BAYBASIN

Baybasin is een Koerdisch zakenman. In 1992 is hij Turkije ontvlucht. Sinds 1994 woonde hij met zijn gezin in Engeland. Hij zette zich actief in voor de Koerdische zaak en is één van de sponsors en oprichters van het in Den Haag opgerichte Koerdische parlement in ballingschap.

Zijn gedetailleerde kennis over de betrokkenheid van de Turkse staat, destijds als agent opgedaan, bij de indertijd internationale drugshandel etaleerde Baybasin in de periode vóór zijn arrestatie uitvoerig in diverse buitenlandse media. Dit alles werd hem niet in dank afgenomen door de toenmalige Turkse autoriteiten. Zijn naam stond hoog genoteerd op de lijst van door de Turken gezochte personen. Eind 1995 werd Baybasin in Nederland ter fine van uitlevering aan Turkije gearresteerd. De rechter verbood eind 1997 zijn uitzetting wegens dreigende schending van mensenrechten: aannemelijk werd geacht dat Baybasin bij uitlevering in Turkije zou worden gemarteld of gedood. Nadat duidelijk werd dat Baybasin niet kon worden uitgeleverd, werd hem niet toegestaan uit te reizen naar zijn familie in Engeland. Hij verbleef gedwongen in Nederland.

In maart 1998 werd Baybasin opnieuw gearresteerd door de Nederlandse autoriteiten en op grond van afgeluisterde telefoongesprekken tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

Baybasin heeft altijd ontkend zich aan enig strafbaar feit te hebben schuldig gemaakt. Op de door Baybasin in 2011 aangevraagde herziening van het strafrechtelijk vonnis van levenslang is nog steeds niet beslist.

In aanmerking nemende dat:

  • De Koerdische zakenman Hüseyin Baybaşin reeds twintig jaar in Nederland is gedetineerd;
  • Nederland het enige land in Europa is dat daadwerkelijk levenslang kent, dit volgens het Europese Hof strijdig is met de mensenrechten, en dat de ‘reparatietoezegging’ onvoldoende controleerbare en toetsbare garanties biedt;
  • En de doorlooptijden voor herzieningszaken onverantwoord lang zijn en er bovendien geen herziening kan plaats vinden als er geen nieuwe feiten bekend zijn in het geval van onschuld;

AANHOUDING

Vraag 1:

Hüseyin Baybaşin werd op 24-12-1995 aan de Belgische grens bij Hazeldonk door de Koninklijke Marechaussee opgewacht en gearresteerd ter uitlevering aan Turkije. Een internationale Interpol signalering ontbrak. Vlak voor zijn aanhouding reisde Baybasin met medeweten van de Britse autoriteiten probleemloos van Engeland naar Frankrijk en België met een daartoe door Frankrijk verstrekt visum.


Op grond van welke instructies en bevoegdheid is de aanhouding van Hüseyin Baybasin aan de Nederlandse grens op 24-12-1995 tot stand gekomen?


Vraag 2:

Aan de arrestatie lag voor zover nu bekend een bilateraal verzoek van 17 november 1995 van de Turkse autoriteiten aan Nederland ten grondslag, terwijl Baybasin tot hij Nederland binnen reisde op 24 december 1995 geen enkele relatie had met Nederland of met de Nederlandse rechtssfeer. Baybasin woonde in 1995 met zijn gezin in Engeland en ondervond daar bescherming van de Britse overheid. Baybasin had geen plannen Nederland binnen te reizen totdat hem op de dag van zijn aanhouding door een Turkse informant werd gevraagd voor een bespreking vanuit Brussel naar Nederland te reizen.


Op basis van welke bilaterale afspraken tussen Nederland en Turkije is Nederland op 17 november 1995 door Ankara gevraagd de op dat moment in Engeland woonachtige Baybasin ter fine van uitlevering aan Turkije te arresteren? Onder wiens bevoegdheid zijn deze afspraken tot stand gekomen? Was bij het maken van deze afspraken al aan de Nederlandse autoriteiten bekend dat Baybasin binnen afzienbare tijd het Nederlandse grondgebied zou worden binnengelokt?


INTERNATIONAAL RECHT


Vraag 3:

Een memo d.d. 15 juli 1997 met het briefhoofd van het ministerie van justitie vermeldt:

“De zaak Baybasin wordt gebruikt als drukmiddel ‘teneinde in een andere zaak iets van de Turkse autoriteiten gedaan te krijgen’. Op dit moment wordt hierover overleg gevoerd door BuZa. Aangezien dhr. Demmink donderdag op vakantie gaat, zal gepoogd worden om uiterlijk donderdagochtend de besluitvorming af te ronden.”

(Bron: telefoonnotitie Ministerie van Justitie, opgemaakt 15 juli 1997 door B.Gradussen, IND Unit West Brabant)


Waaruit bestond de specifieke bemoeienis van de toenmalige directeur-generaal Internationale aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, mr. Demmink met deze kwestie? Welke contacten onderhield hij hiertoe met de Turkse autoriteiten via welke kanalen? Wat diende Nederland van de Turkse autoriteiten gedaan te krijgen?


Vraag 4:

In 2011 verklaarde de voormalig secretaris-generaal van het ministerie van Justitie over het uitleveringsverzoek van Turkije:

“Daar heb ik me mee bemoeid met zijn uitwijzing (---) Nederland had dat uitleveringsverzoek toegestaan. Ik heb toen een hele mooie actie opgezet. De President van de Hoge Raad, de Procureur Hoge Raad en ik hebben een gesprek gevoerd. Toen hebben we afgesproken dat direct nadat de Hoge Raad het vonnis had gewezen, Baybasin vanuit Vught na het vonnis op het vliegtuig zou gaan. In het vliegtuig zou Baybasin het bevelschrift van de Minister krijgen en dan zou hij Nederland moeten verlaten.”

(Bron: Proces Verbaal van verhoor Mr. Borghouts, voormalig SG, door de Rijksrecherche inzake onderzoek naar voormalig SG Demmink, 2016)


Hoe moeten deze uitspraken van de voormalig secretaris-generaal van het ministerie van Justitie worden gezien in het licht van het beginsel van de scheiding der machten, de Trias politica? Welke contacten onderhield de voormalige directeur-generaal Internationale aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, mr. Demmink, hierover met de toenmalige secretaris-generaal van het ministerie van Justitie? En welke contacten werden hierover met Turkije onderhouden, door wie?


Vraag 5:

In 1975 was de democratie en rechtsbescherming in Turkije onvoldoende verankerd. Indien een dergelijke vraag tot coöperatie afkomstig is van de machtshebbers van een ander land, welke actieve procedures volgt Nederland dan om schendingen van het EVRM te voorkomen?


Vraag 6:

Worden buitenlanders, die de Nederlandse taal niet machtig zijn, adequaat gewezen op hun cautie c.q. Miranda rechten? En welke ondersteuning krijgen zij van Nederland om het rechtsproces conform de fair-trial regels van het EVRM te laten verlopen?


Vraag 7:

Nadat Baybasin in december 1996 uit uitleveringsdetentie werd ontslagen, lag er in januari 1997 een zogenaamd ‘Plan van aanpak’ gereed om hem in Nederland strafrechtelijk te gaan vervolgen. Dat is opmerkelijk, omdat Baybasin vóór zijn aanhouding aan de Nederlands-Belgische grens ter uitlevering aan Turkije in december 1995 nooit iets met Nederland van doen had gehad. Voormalig CID-officier van justitie en unit-hoofd Zware Criminaliteit, Jan Koers, die direct voorafgaand aan het Baybasin-onderzoek voor het openbaar ministerie de contacten met Turkije onderhield, schreef hierover: “Omdat de vervolging van Baybasin zo snel na de weigering om hem uit te leveren begon, is er een directe relatie. Alle beschikbare informatie is bij elkaar gebracht en daar is een zaak van gemaakt om de Turken niet teleur te stellen.”


Welke door Baybasin in Nederland gepleegde strafbare feiten stonden in dit Plan van aanpak van januari 1997 beschreven? Welke afspraken met de Turkse autoriteiten lagen hieraan ten grondslag, door wie gemaakt?


Vraag 8:

Bij vrijlating uit uitleveringsdetentie in december 1996 heeft Baybasin de voorwaarde opgelegd gekregen Nederland niet te verlaten. Een terugkeervisum om zijn gezin en familie in Londen te bezoeken werd hem geweigerd in persoonlijke opdracht van de toenmalige directeur-generaal Internationale aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, mr. Demmink, zo is thans gebleken uit een interne telefoonnotitie van 17 februari 1998 van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Een faxbericht van 10 juli 1997 vermeldt: “het dossier Baybasin leent zich niet voor afdoening op districtsniveau maar dient te worden voorgelegd en afgedaan door dhr. Demmink.” Volgens de toen betrokken IND-ambtenaren was dit een ongebruikelijke gang van zaken.


Met welke reden is Baybasin indertijd een terugkeervisum geweigerd en wat was de reden van de persoonlijke bemoeienis van de toenmalige directeur-generaal Internationale aangelegenheden en Vreemdelingenzaken met deze zaak? Waren er afspraken met Turkije om Baybasin in Nederland te arresteren?


Vraag 9:

In de door het Gerechtshof te Arnhem in januari 2014 bevolen strafrechtelijke vervolging van de heer Demmink zijn door Nederland meerdere rechtshulpverzoeken aan Turkije gedaan om daar nader onderzoek te doen en getuigen te horen. Deze verzoeken zijn alle, in strijd met de geldende rechtshulpverdragen, geweigerd, ondanks herhaalde bezoeken en smeekbedes van de Nederlandse rechter-commissaris aan de Turkse autoriteiten.


Welke diplomatieke consequenties zijn hieraan verbonden geweest? Welke maatregelen neemt Nederland om de naleving van de gesloten verdragen te borgen? En welke sanctiemogelijkheden bestaan er bij weigerachtigheid van een lidstaat tot coöperatie?


EERLIJK PROCES

Vraag 10:

De feiten waarvoor Hüseyin Baybaşin in Nederland tot een levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld blijken alle (op één gering feit na) buiten Nederland gepleegd. Welk belang en oogmerk had Nederland bij de opsporing van veronderstelde in het buitenland gepleegde strafbare feiten?


Vraag 11:

Welke jurisdictie heeft Nederland wanneer er door niet-Nederlands ingezetenen op niet-Nederlands grondgebied feiten worden gepleegd die mogelijk strijdig zijn met (niet-) Nederlands recht?


Vraag 12:

In de zaak Hüseyin Baybaşin blijkt gebruik te zijn gemaakt van tolken met meerdere functies. De centrale taptolk in de zaak Baybaşin bleek zowel in dienst bij het opsporingsapparaat, als ook ‘onafhankelijke’ tolkdiensten te verrichten bij het vertalen van de afgeluisterde gesprekken, als ook innige banden te hebben met de Turkse autoriteiten, die zelf aangaven dat deze tolk tevens voor hen werkte.


Welke garanties biedt Nederland op een eerlijk proces voor wat betreft de inschakeling van taptolken en welke maatregelen zijn er indertijd getroffen om belangenverstrengelingen zoals in de zaak Baybaşin te voorkomen?


Vraag 13:

In een brief d.d. 10 maart 1998 van de voorzitter van het College van procureurs-generaal, mr. C.R.L.R.M. Ficq, gericht aan alle hoofdofficieren van justitie, wordt ingegaan op de wijze waarop met de Turkse autoriteiten werd samengewerkt. Hij wijst in deze brief op de tekortkomingen in de mensenrechtensituatie in Turkije. Dit vormt een reden, zo was de mening van de procureur-generaal, om de rechtshulpuitwisseling met Turkije met extra waarborgen te omkleden. Deze waarborgen ontbraken in het verleden, zo schreef hij. De brief vermeldt daarover: “Het is uitdrukkelijk niet gewenst dat de leden van het Openbaar Ministerie, politie of tolken direct contact opnemen met het Turkse ministerie van Justitie zoals in het verleden wel is voorgekomen”.

Deze brief is door het openbaar ministerie niet ingebracht in de strafprocedure tegen Baybaşin. Er werd in zijn zaak voor gekozen om de rechter over deze directe berisping van het College over het informele karakter van de in verleden plaatsgevonden politionele en justitiële samenwerking met Turkije (van o.a. genoemde taptolk) onwetend te houden en de rechter slechts te informeren over de zogenaamde ‘formele’ contacten met Turkije in de zaak.


Was het de minister bekend dat de rechter in de zaak Baybaşin onwetend is gehouden over de onacceptabele informele contacten van de Nederlandse politie en tolken met de Turkse autoriteiten indertijd? Waarom is dit verzuim in de loop van de daarop volgende 20 jaar van Baybaşin‘s detentie nooit hersteld? En waarom is er tot op heden geen onderzoek gedaan naar de inhoud van deze verzwegen informele contacten tussen Nederland en Turkije in de zaak Baybaşin?


Vraag 14:

In 1995 was zoals ook de brief van de voorzitter van het College van procureurs-generaal, mr. Ficq aangaf, democratie en rechtsbescherming in Turkije onvoldoende verankerd. Indien vragen tot coöperatie afkomstig zijn van de autoriteiten van een ander land, waar de rechtstaat onder druk staat, welke actieve procedures volgt Nederland dan om schendingen van de in het EVRM vastgelegde mensenrechten te voorkomen?


Vraag 15:

De hiervoor bedoelde taptolk heeft in het herzieningsonderzoek van Baybasin erkend een centrale rol te hebben gespeeld in de zaak Baybasin en meer in het algemeen in de contacten tussen het Nederlandse opsporingsteam en de Turkse politie en Turkse justitiële autoriteiten. De tolk weigerde echter hierover openlijk te verklaren vanwege tijdens de opsporingsactiviteiten plaatsgevonden onregelmatigheden met mogelijke strafrechtelijke consequenties. Hij deed daarom tijdens zijn verhoren bij de rechter-commissaris een beroep op zijn verschoningsrecht. Volgens zijn advocaat betroffen “de strafbare feiten waarvan [de tolk] verdacht zou kunnen worden, ook valsheid in geschrifte en oplichting.” “[Hij] zal zwijgen over alles wat te maken heeft met de aard, plaats en inhoud van zijn werkzaamheden in de periode tussen 1987 en 2006”, zo liet de advocaat tijdens het verhoor weten Dezelfde advocaat schreef op 4 april 2014 aan de voorzitter van het College procureurs-generaal, mr. H.J. Bolhaar en het hoofd van de Nationale Politie, mr. G. Bouman, dat als de tolk zou gaan verklaren, het ‘bepaald niet uitgesloten was dat zijn verklaringen vergaande consequenties zouden hebben.


Waarom is er geen strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar deze in 2013 door deze tolk in het bijzijn van zijn advocaat afgelegde serieuze bekentenis over de in de samenwerking met Turkije plaatsgevonden strafbare feiten?


HERZIENING

Vraag 16:

Door Nederland zijn meerdere rechtshulpverzoeken aan Turkije gedaan. Velen daarvan blijven onbeantwoord. Welke maatregelen neemt Nederland om de naleving van deze overeenkomst te borgen? En welke sanctiemogelijkheden bestaan er bij een weigerachtigheid tot coöperatie?

De Nederlandse rechter commissaris is door Turkije herhaaldelijk geschoffeerd door deze weigerachtige opstelling. Welke diplomatieke consequenties zijn hieraan verbonden geweest?


Vraag 17:

Baybaşin’s veroordeling tot levenslang in 2002 is volgens het veroordelend arrest voor meer dan 90% op afgeluisterde telefoongesprekken gebaseerd, vertaald en samengevat door taptolken zoals hiervoor vermeld. De banden met gesprekken laten volgens vele deskundigen onverklaarbare onregelmatigheden zien (horen). Deelnemers aan de gesprekken waaronder Baybaşin spreken allen over gemanipuleerde weergaven van de originele gesprekken.

Naar de informatiebeveiliging van de tapkamers waarmee het grootste gedeelte van de gesprekken in de zaak werd afgeluisterd, is in 2003 in opdracht van de ministers van Binnenlandse zaken en Justitie onderzoek gedaan door het prestigieuze PricewaterhouseCoopers. Een persbericht van 8 december 2003 van beide ministeries vermeldt dat bij alle van de onderzochte interceptie-organisaties hiaten waren aangetroffen in het beheer en de technische beveiliging van het interceptie-systeem, met reële risico’s van manipulatie van geïntercepteerde (meta)informatie door onbevoegden. Het eindrapport laat zien dat de conclusies waren gebaseerd op eigen onderzoek van de forensische afdeling van PricewaterhouseCoopers in de toen nog functionerende digitale tapkamers. De ministers kondigden op basis ervan fundamentele verbeteringen aan van het Nederlandse tapkamersysteem. De conclusies van het onderzoek van PricewaterhouseCoopers zijn in het recente herzieningsonderzoek in de zaak van Baybaşin door andere deskundigen en documentatie van de leverancier van de tapkamers bevestigd.

Is het u bekend dat de advocaat-generaal bij de Hoge Raad in zijn Conclusie in de herzieningsprocedure in de zaak Baybaşin de onderzoeksresultaten uit 2003 van PricewaterhouseCoopers van tafel veegt met de opmerking dat het hier slechts conclusies betreft van een groepje accountants dat weinig heeft begrepen van de toen functionerende Comverse Kislev 2-tapkamers?

Bent u het met deze conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad eens? Zo ja, impliceert dit dat in 2003 onnodige diepgaande veranderingen zijn doorgevoerd in de Nederlandse tapkamers en de regelgeving voor het tappen?

Is de Tweede kamer daar indertijd onjuist over voorgelicht door de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie? Zo nee, wat is uw reactie op deze conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad over de in 2003 gebruikte tapkamers?


Vraag 18:

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft zich in genoemde Conclusie in de herzieningsprocedure in de zaak Baybaşin bij uitsluiting gebaseerd op een ingeschakelde, terzake niet gekwalificeerde deskundige, B. van den Heuvel.

Welk toezicht, garanties en bezwaarmogelijkheden bestaan er voor het register gerechtsdeskundigen? En zijn die in dit geval toegepast?


Vraag 19:

Is het u bekend dat het technisch adviesbureau van deze deskundige, genaamd MSNP (Mid Summer Night Party) zichzelf indertijd op haar website klantvriendelijk aanprees met de woorden: “Een systematische en wetenschappelijke benadering van en voor de problemen in de praktijk, maar gelijktijdig ook bewust een commercieel adviesbureau want als de klant er voor moet betalen moet zij met de resultaten ook wat kunnen. Hoe wij tot de resultaten komen is dan iets minder van belang.”?

Is het u bekend dat twee gezaghebbende onderzoeksinstituten, het NFI en de Onderzoeksraad voor Veiligheid eerder ernstige kritiek hadden uitgeoefend op de door onderzoeksbureau MSNP (Mid Summer Night Party) in eerdere onderzoeken gevolgde werkwijze en gehanteerde onderzoeksmethoden?


Vraag 20:

Hoeveel heeft de deskundige B. van den Heuvel en zijn onderzoeksbureau MSNP betaald gekregen voor zijn onderzoekswerkzaamheden in het herzieningsonderzoek in de zaak Baybasin en door welke organisatie is dat gefinancierd?


Vraag 21:

Via een klokkenluidster van het WODC is gebleken dat het ministerie van Justitie en veiligheid invloed uitoefent op wetenschappelijke rapportages. Bij de vigerende onderzoeker Bas van den Heuvel van MSNP blijkt er een positieve correlatie te bestaan tussen het voor de overheid gunstige rapport in aansprakelijkheidszaken (waaronder de Enschedese vuurwerkramp) en de financiering van Van den Heuvel.

Hoe is de financiering van dit soort onderzoeken meer in het algemeen geregeld en welke externe controle wordt daarop toegepast?


VERZOEKT HET VOORGAANDE IN AANMERKING NEMEND:

  • Maatregelen te treffen die een effectieve en humane toepassing van de in het EVRM en internationale verdragen neergelegde  mensenrechten garandeert.
  • Een parlementair onderzoek te laten uitvoeren naar de wijze waarop Hüseyin Baybaşin in Nederland in rechte is betrokken en de wijze waarop het onderhavige recht wordt toegepast.
  • Het belang van de onafhankelijkheid van de rechtspraak (en andere instituten) binnen onze democratie te erkennen, de      procedures tot aanstellingen aan te scherpen en, met instandhouding van het principe van machtenscheiding, de democratische controle op het functioneren van de rechtelijke macht te verbeteren.

(Alle informatie terzake is te vinden op de website: https://www.bs-foundation.nl Zie ook informatie hieronder en onder de link Dossier Baybasin van deze website)

Waar gaat het nu precies om (in het kort):


Een advocaat van een tot levenslang veroordeelde in Nederland heeft om herziening van het vonnis (van het Gerechtshof) gevraagd bij de Hoge Raad.

Met het advies aan de Hoge Raad met betrekking tot eventuele herziening is advocaat-generaal Mr. Diederik Aben belast.

In het herzieningsverzoek staat dat er fouten zijn gemaakt bij de beoordeling van de zaak: de betreffende man, Baybasin genaamd, is veroordeeld op basis van opgenomen telefoongesprekken, zogenaamde taps. Daarbij speelt ook de vertaling van de in het Engels en Koerdisch gevoerde telefoongesprekken een belangrijke rol. Baybasin zou, aldus het openbaar ministerie (OM), 2 maal telefonisch opdracht gegeven hebben aan handlangers om iemand te vermoorden en hij zou per telefoon leiding hebben gegeven aan een grote heroïne-deal. Aanleiding voor het OM te beweren dat Baybasin de leider is van een criminele organisatie en delicten pleegden die zijn weerga niet kennen. De strafeis “levenslang” werd door het Hof in Den Bosch bevestigd en resulteert in een reeds 19 jaar durende detentie.

De verdediging voert aan dat er met de telefoontaps is geknoeid en dat dit ook mogelijk was. Voorts dat de vertalingen uit het Engels en het Koerdisch door rechtbanktolken niet overstemmen met de werkelijke uitgesproken tekst. De verdediging voert tal van feiten aan die de tot het vonnis leidende argumenten van het OM in twijfel trekken.

Baybasin, een zakenman onder andere handelde in auto’s, sprak overigens nooit letterlijk over “vermoorden”, maar sprak volgens het Openbaar Ministerie in codetaal, bijvoorbeeld wanneer hij opdracht gaf om “een auto te verkopen of te kopen”: daarmee zou hij hebben bedoeld: “vermoorden”.

Advocaat-generaal Diederik Aben dook zes jaar (!) in de zaak en kwam onlangs met een 1730 pagina's groot rapport waaruit moest blijken dat Baybasin toch schuldig was.

Ton Derksen de man van die meerdere gerechtelijke dwalingen een het licht bracht (o.a. Lucia de B. en de Puttense Moordzaak) las dat rapport en kwam tot de verbijsterende conclusie dat die advocaat-generaal niet kan redeneren of welbewust verkeerd redeneert. Zo zou Baybasin een keer gezegd hebben: “make him call”, hetgeen abusievelijk vertaald werd met “maak hem koud”. Dat dit een fout is, erkent Aben, maar volgens hem wordt er toch bedoeld 'een bezoekje brengen om hem te liquideren'. Drie keer een niet-letterlijke interpretatie, stelt Derksen vast. Derksen toont aan dat Aben zijn eigen waarheid maakt door expres fout te interpreteren, zaken weg te laten of te manipuleren. Het zal allemaal in het binnenkort te verschijnen nieuwe boek van Derksen staan.

In dit boek fileert Derksen de argumentatie van de Advocaat-Generaal. Derksen stelt vast dat de advocaat-generaal 'zeven immuniserende strategieën' gebruikt. 
Derksen: 'Dat betekent dat je je argument zo structureert dat je gelijk gegarandeerd is. Denk aan de weerman die zegt: morgen regent het of morgen regent het niet. Onafhankelijk van het weer weet hij dat hij gelijk gaat krijgen.'

Zo bevestigt Aben de eerdere aanname van het OM dat Baybasin bijna altijd 'in code' praat. Inderdaad spreekt hij soms over 'een plaats in het midden van het land'. 'Maar dat is geen reden om te zeggen dat hij met een vreedzame discussie wel eens een moord zou kunnen bedoelen, indien er verder geen enkele aanwijzing voor die moord is, en zeker wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat het niet over een moord gaat,' schrijft Derksen.

Wanneer een cruciale interpretatie van de Koerdische taal aan orde komt, diskwalificeert Aben de conclusie van een internationaal gerenommeerd en van geboorte Koerdisch dialect sprekende hoogleraar Koerdische taal, die door verdediging wordt geraadpleegd. Hij stelt diens mening tegenover die van enkele door hem geraadpleegde tolken over een essentieel stukje tekst. Aben past de redenering toe dat een getalsmatige meerderheid (van 3) rechtbanktolken, waarvan sommige het Koerdisch dialect niet machtig zijn, opweegt tegen de mening van een internationaal erkende expert. Ook andere geraadpleegde experts, die ontlastende bewijzen aanvoeren worden gediskwalificeerd. Als deskundigen, zoals een oud tapkamermedewerker, een fabrikant van de tapkamerapparatuur en de forensische afdeling van PWC (PriceWaterhouseCoopers) beweren dat er sprake kan zijn of sprake was van manipulatie van de taps, worden deze door Aben valselijk onderuit gehaald.

Drie gevangenisdirecteuren, die belast zijn geweest met de detentie-uitvoering van Baybasin, zijn door de argumenten van Derksen overtuigd geraakt en van mening dat diens zaak dient te worden herzien. Zij hebben onlangs op de stoep van de Tweede Kamer en van De Hoge Raad gedemonstreerd voor een herziening.

Hun optreden was opmerkelijk: niet eerder hebben ambtenaren van dit niveau afstand genomen van hun vroegere werkgever Justitie. Zij vinden het zorgelijk dat door deze casus de kwaliteit van de rechtspraak onder druk is komen te staan.

 











Naar aanleiding van een uiterst kritisch rapport van PWC, 5 jaar na de veroordeling van Baybasin, moesten het Kabinet erkennen dat de tapkamers niet deugen. Mr Aben noemt dit geen nieuw feit dat aanleiding zou kunnen geven tot herziening:

Lees het bericht hieronder: (JP = webredacteur)

8 december 2003

De ministers Remkes (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en Donner (Justitie) hebben de korpsbeheerders van de Nederlandse

politiekorpsen opdracht gegeven onmiddellijk maatregelen te nemen om de beveiliging van tapkamers van de politie te verbeteren. Het gaat zowel om technische maatregelen als om verbeteringen in het beheer van de organisatie van de tapkamers. De maatregelen moeten voorkomen dat informatie uit de tapkamers in handen valt van onbevoegden of dat de informatie wordt veranderd of verwijderd, of juist niet wordt verwijderd als dat wel moet. Naast de maatregelen die nu worden genomen komt er zo snel mogelijk één landelijke tapkamerfaciliteit (Landelijke Interceptie

Organisatie).

De ministers benadrukken (! JP) dat er tot op heden geen gevallen bekend zijn van daadwerkelijk misbruik van zwakke plekken in de tapkamer beveiliging. Belangrijk daarbij is ook dat de informatie uit de

tapkamers gebruikt wordt binnen een beperkte en besloten politie-omgeving (dus....JP)


Brief aan de Tweede Kamer over kwetsbaarheids-analyse tapkamers:


Dat schrijven de beide ministers vandaag aan de Tweede Kamer. Zij reageren hiermee op een onderzoek van PricewaterhouseCoopers naar de

informatiebeveiliging bij vijf tapkamers, dat ook naar de Tweede Kamer is gestuurd. In het onderzoek zijn belangrijke hiaten gevonden in het beheer van de tapkamers. Ook bleek dat de technische beveiliging van de informatie in drie van de vijf onderzochte tapkamers ontoereikend was.


PriceWaterhouseCoopers vond belangrijke hiaten in de beheersmaatregelen van de tapkamers. Bijvoorbeeld:

- bij de aanvraag voor het plaatsen van een tap werden de

  gegevens, waaronder cryptografische sleutels, vaak

  onbeveiligd per fax gestuurd:

- cryptografische sleutels bleken vaak onvoldoende sterk;

- soms ontbrak de administratie over waar afgetapte 

  informatie zich bevond, of was de administratie onvolledig;

- toegangsrechten tot het tapsysteem waren vaak niet 

  vastgelegd en er vond daarop geen periodieke controle 

  plaats;

- pogingen tot ongeautoriseerde toegana leidden niet tot 

  blokkering van het account;

- er was geen of een ontoereikend mechanisme om de 

  volledigheid van de taps te controleren;

- er waren vaak geen of onvoldoende maalregelen genomen 

  tegen virusbesmetting.


Technische beveiliging: bij drie van de vijf andere tapkamers was de technische beveiliging fundamenteel ontoereikend doordat voor de toegangsbeveiliging tot de getapte informatie vertrouwd wordt op software op lokale computers.Hierdoor kunnen onbevoegden met toegang tot de lokale computers inzage krijgen in getapte informatie of log-informatie: deze wijzigen of vernietigen of autorisaties wijzigen. In een enkel geval bleek het zelfs relatief eenvoudig de beschikking te krijgen over het wachtwoord van de beheerder, zodat verdere manipulatie zou kunnen plaatsvinden. De oplossing hiervoor is controle op de toegang tot het tapsysteem uit te laten voeren door het centrale tapsysteem, waar gebruikers op inloggen en dat een betrouwbare verbinding met de gebruiker in stand houdt.

Verder moet de integriteit en authenticiteit van getapte informatie gewaarborgd en controleerbaar gemaakt worden bij binnenkomst, archivering en bij het overzetten naar een ander medium voor gebruik in de rechtszaal. Dit kan met een mechanisme van controlegetallen of met digitale handtekeningen. De autorisatie controle op toegang tot het

tapsysteem moet verbeteren door eisen te stellen aan lengte, complexiteit, instellingsmogelijkheden en geldigheidsduur van wachtwoorden.

Het feitelijk wissen van boodschappen, waarbij zogenaamde geheimhouders (zoals advocaten) zijn betrokken, moet geformaliseerd worden. Essentiële gebeurtenissen als mislukte aanlogpogingen, wijzigingen in autorisaties en het wissen van gesprekken moeten automatisch vastgelegd worden, met daarbij een alarmering-systeem dat bij eventueel misbruik de beheerder waarschuwt. Enz. enz. enz (JP)


© Ministerie van Binnenlandse Zaken en

Koninkrijksrelaties - 8 december 2003

http://www.minbzk.nl/asp/get.asp?target=contcnts&xdl= ../vicwslbzldxcl]/Page&Varldt... 8-12-2003


Interview met voorzitter en mede-oprichter van de Stichting Restore Justice, maakt duidelijk waarvoor wij staan:



‘Vechten voor een rechtsstaat die weer recht staat’


Jacques van Huet (1946) is een van de oprichters van Stichting Restore Justice. De betrokkenheid van de voormalig gevangenisdirecteur vloeit voort uit zijn zorg over wat hij ‘het wegmoffelen van gevoelige zaken’ noemt. Zoals de affaires Demmink en Baybasin die door toedoen van het ministerie van Veiligheid en Justitie niet worden opgehelderd. Van Huet vindt het ongehoord dat uitgerekend Justitie het geloof in de rechtsstaat ondermijnt. Dat geloof moet hoognodig worden hersteld, vindt Stichting Restore Justice die oproept tot een breed burgerinitiatief.


U ging in 2005 na een 30 jaar durende loopbaan bij Justitie met pensioen. Waarom kwam u daarna in het geweer tegen uw oude werkgever?

“De directe aanleiding was de toetreding van voormalig Justitie-topambtenaar Joris Demmink tot het Nederlandse Helsinki Comité. Dat comité richt zich onder meer op het bestrijden van kindermisbruik. Ik ben er beroepshalve met oud-collega’s betrokken bij geweest. Toen ik hoorde dat nota bene de van kindermisbruik verdachte Demmink na zijn pensionering in 2012 tot het comité toetrad, sloegen bij mij de stoppen door. Ik vond dat ongehoord.”

Waarom?

“Ik verzorgde met Justitie-collega’s voor het Helsinki Comité met enige regelmaat trainingen in landen waar het slecht gesteld was met het rechtssysteem. Landen als Albanië en Roemenië die toenadering tot de EU zochten. De EU kwam voor hen pas in beeld als zij hun rechtssysteem, gevangeniswezen, politie en rechtspraak humaan en zuiver maakten. Op dat vlak werd de lat door Nederland terecht hoog gelegd. Maar datzelfde Nederland had géén moeite met de benoeming van Joris Demmink in het Helsinki Comité. Een man tegen wie bij herhaling ernstige verdenkingen inzake kindermisbruik zijn geuit. Toen hij in dat comité kwam, was voor mij en oud-collega’s de maat vol. We hebben vanwege onze grote verontwaardiging en bezorgdheid over de morele teloorgang van Justitie de Stichting Restore Justice opgericht. De zaak Demmink was de druppel die een al goed gevulde emmer over deed lopen. De stichting bepleit een herstel van de ernstig aangetaste geloofwaardigheid van Justitie. Het moreel verval heeft niet alleen betrekking op de zaak Demmink. Je komt het binnen Justitie veel breder tegen. Het is veelzeggend en beschamend dat ambtenaren van het ministerie op het gebied van betrouwbaarheid bijgeschoold blijken te moeten worden. Zo diep is men dus gezonken..”

U en uw oud-collega’s werkten lang in uiteenlopende functies binnen Justitie. Vernam u wel eens iets over vermeende misdragingen van Demmink?

“Hij kwam in 1982 van Defensie naar Justitie. Er deden meteen geruchten over hem de ronde. Binnen Justitie werd besmuikt over Demmink gesproken. Vaak met een vreemde ondertoon van schaamte. Het zorgelijke vond ik dat de geruchten eindeloos aanhielden en steeds sterker werden. Het verbaasde velen dat de zaak niet tot op de bodem werd uitgezocht. Want zowel Justitie als Demmink hadden er onder te lijden. Er doken vreselijke verhalen op over nota bene onze hoogste ambtenaar. Dan zou je toch verwachten dat het Justitie er werkelijk álles aan doet om die op basis van een grondig onderzoek voor eens en altijd uit de wereld te helpen. Toen dat niet gebeurde, groeide het wantrouwen. Mensen die aanvankelijk dachten dat Demmink het slachtoffer was van doorgeslagen complotgekkies begonnen zich af te vragen waarom Justitie steeds maar weer de boot afhield.

Het stelselmatig tegenwerken van mensen die de zaak open wilden gooien leidde tot een groeiend wantrouwen. Als iedereen aan de top verkrampt begint te draaien en ongemakkelijk wegkijkt weet je dat er iets mis is. Na mijn vertrek bij Justitie in 2005 had ik meer tijd om mij in de materie te verdiepen. Oud-collega’s deden dat vanuit hun groeiende zorg over de geloofwaardigheid van het ministerie ook. We stuitten op steeds meer informatie en schrokken van het beeld dat daar uit opdoemde. Het was erger dan we tijdens onze actieve loopbaan bij Justitie konden bevroeden. ”

Van groot belang waren de in 2014 bij de rechtbank in Utrecht gehouden getuigenverhoren. Daar verklaarden Justitie- en politiemensen onder ede dat er in het verleden onderzoek naar mogelijk kindermisbruik door onder anderen Demmink is gedaan. Maar dat het onderzoek kapot was gemaakt en op last van hogerhand moest worden gestopt. Wat dacht u toen u dat hoorde?

“Ik vond het onheilspellend. We hadden de hoop dat de zaak naar aanleiding van die verklaringen eindelijk open zou breken. Maar dat was een naïeve gedachte. Het toedekken ging gewoon door. Een van kindermisbruik verdachte schoolmeester of badmeester wordt onmiddellijk geschorst. Maar als over de hoogste Justitie-baas door medewerkers van de politie en Justitie onder ede belastende verklaringen worden afgelegd kijken degenen die in zouden moeten grijpen opeens allemaal de andere kant op. Dat geldt ook voor de politiek. Kamerleden staan vaak vooraan om zich op dit soort zaken te storten. Maar nu durfde – een enkeling daargelaten – niemand er de vingers aan te branden. We hebben door de jaren heen met zeven Kamerleden van verschillende partijen gesproken. Sommigen wist helemaal van niets. Anderen juist heel veel. Van die zeven keken er vijf al snel de andere kant op. Die lieten niets meer van zich horen en reageerden nergens op. Er waren er maar twéé die echt actie ondernamen: Pieter Omtzigt van het CDA en Louis Bontes van VNL. Het lukt dus niet om de zaak in de Tweede Kamer op de agenda te krijgen. En zo gaat het al minstens 20 jaar. Alle opeenvolgende ministers van Justitie hebben Demmink uit de wind gehouden. Sorgdrager, Hirsch Ballin, Donner, Korthals, Opstelten, Van der Steur, geen van allen deed iets. En de Tweede Kamer zwéég.”

Hoe verklaren jullie als oud-Justitiemensen de doofpot rond Demmink en andere zaken?

“Een aannemelijke theorie is dat Demmink – ervan uitgaande dat de beschuldigingen aan zijn adres een kern van waarheid bevatten – belastende informatie heeft over hooggeplaatsten die evenmin van onbesproken gedrag zijn. Tijdens de verhoren in Utrecht is door getuigen onder ede verteld dat er inzake kindermisbruik verdenkingen jegens méér Justitie-mensen bestonden. Het zou niet alleen om individuele gevallen gaan, maar om een netwerk. Als je één verdachte pion uit een netwerk onder het vergrootglas legt, bestaat de kans dat je ook van alles over ánderen te weten komt. Daar zit niemand op te wachten. Helemaal niet als de kans bestaat dat er hooggeplaatsten van Justitie in beeld komen.”

Maar het is toch geen sinecure om de zaak zó lang toegedekt te houden en een grondig onderzoek tegen te houden? Hoe krijgt men dat voor elkaar?

“Je zou inderdaad denken dat de affaire gezien de groeiende verontwaardiging en sterker geworden aanwijzingen een keer tot op de bodem wordt uitgezocht. Maar allereerst is er het al genoemde netwerk. Wij achten de kans reëel dat dat bestaat en grote invloed heeft. Minstens zo belangrijk is het feit dat een man als Demmink sinds de jaren 90 zéér bepalend is geweest bij alle belangrijke Justitie-benoemingen. Wij weten uit ervaring hoe het bij Justitie toeging. Je kunt rustig zeggen dat Demmink daar zijn eigen firewall heeft gebouwd. En die wérkt nog steeds. Met dank aan de Tweede Kamer die de mogelijkheid om in te grijpen en openheid af te dwingen tot op de dag van vandaag niet benut.”

Hoe wil Stichting Restore Justice dit onderwerp alsnog op de politieke agenda krijgen?

“Via een landelijk burgerinitiatief. Als 40.000 mensen dat steunen, is de Tweede Kamer verplicht het onderwerp te agenderen. Dat kan de zaak in een stroomversnelling brengen en landelijk en internationaal de aandacht trekken. Je vergroot zo de druk op onder meer het kabinet en de politieke partijen. Die moeten dan met de billen bloot en kunnen het onderwerp niet langer negeren. Daardoor zal de interesse voor zaken als die rond Demmink alleen maar toenemen. Je hebt er een lange adem en veel steun voor nodig. Maar dat is het ons waard. Wij vechten voor een rechtstaat die weer recht staat en niet ontluisterend scheef hangt.”

Stichting Restore Justice is door vier oud-Justitieambtenaren opgericht. Hoe waren de reacties?

“We hebben vanaf dag 1 veel bemoedigende reacties en adhesie gekregen. Natuurlijk zijn er binnen Justitie mensen die ons nestbevuilers noemen. Maar er zijn er ook een heleboel die weten hoe verziekt Justitie is en ons initiatief toejuichen. Vergeet niet dat er duizenden toegewijde vakmensen werken die lijden onder het wangedrag van rotte appels aan de top. Zolang die rotte appels buiten schot blijven, ziekt alles door. Dat is fnuikend. Als leidinggevenden kregen wij altijd te horen dat wij een rolmodel dienden te zijn. Van onbesproken gedrag en zuiver tot in de kleinste dingen. Iedereen keek naar ons. En terecht. Alles draaide om voorbeeldgedrag. Dan steekt het enorm als gewone collega’s voor relatief kleine zaken snoeihard worden aangepakt, terwijl wangedrag of misstanden aan de top niet openlijk mogen worden besproken. Laat staan onderzocht. Dat geldt niet alleen voor de zaak Demmink, dat geldt veel bréder.”

Noem eens voorbeelden?

“De ernstige verdenkingen inzake seksueel (kinder)misbruik in de jaren 80 jegens de vooraanstaande Haagse rechters Rueb en Stolk. Die zaken werden verzwegen. In ‘Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel’ heeft Yvonne Keuls al in 1985 de ellende beschreven die een jonge jongen door toedoen van een zogenaamd keurige magistraat overkwam. De Haagse rechtbank zwaaide zulke rechters met alle egards uit en heeft er nooit onderzoek naar willen doen. Nog stééds niet. Net als in de zaak Demmink is er binnen Justitie sprake van een omerta. Wie zwijgt die blijft. Een ander zaak is die rond de Koerdische zakenman Huseyin Baybasin. Die zit na een omstreden rechtszaak in Nederland een levenslange gevangenisstraf uit. Nota bene voor iets wat hij in Turkije zou hebben misdaan en wat nooit overtuigend is bewezen. Zijn medestanders stellen dat de zaak Baybasin gelinkt is aan de zaak Demmink: de Turken zwijgen over seksuele escapades van Demmink met minderjarige jongens in Turkije zolang Nederland de Koerdische prominent Baybasin gevangen houdt.”

“Zijn zaak duurt en duurt maar en wordt naar te vrezen valt achter de schermen gemanipuleerd. Het al in april 2011 door zijn advocaat Adele van der Plas ingediende revisieverzoek wordt stelselmatig getraineerd door de Advocaat Generaal van de Hoge Raad. Emeritus hoogleraar wetenschapsfilosofie Ton Derksen – bekend geworden vanwege de door hem bloot gelegde zaak Lucia de B – deed intensief onderzoek naar de audiogeluidsdragers die ten grondslag lagen aan een veroordeling tot levenslang bij het Hof in Den Bosch. Derksen stelde vast dat er met die banden en vertalingen herhaaldelijk is geknoeid en beschreef de manipulaties in zijn boeken ‘Verknipt Bewijs’ en ‘De Baybasin Tapes’. Nog stééds zit Baybasin vast. We hebben dus in Nederland al 19 jaar een politiek gevangene en een eigen Nederlandse Dreyfuss-affaire.”


 
 

STAY CONNECTED