Stichting Restore Justice

                                 
                                   Een initiatief tot herstel van vertrouwen in de rechtsstaat


 Tweede Kamer der Staten-Generaal 

Vergaderjaar 2017–2018 


Vragen gesteld door de leden der Kamer 

2017Z18845 

Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Minister voor Rechtsbescherming over het boek over de herzieningszaak Baybasin (ingezonden 22 december 2017). 

Vraag 1

Kent u het recent verschenen boek van wetenschapsfilosoof Ton Derksen over de zaak van de in Nederland veroordeelde Baybasin?1 Wat is uw reactie hierop? 

Vraag 2

Kent u de conclusie van Ton Derksen dat er in het advies naar aanleiding van de herzieningsaanvraag immuniserende strategieën worden gebruikt door de advocaat-generaal, oftewel argumenten zo structureren dat het eigen gelijk bevestigd wordt, en een belastende uitkomst de enige uitkomst kan zijn? Kunt u hierop reflecteren? 

Vraag 3

Bent u bekend met het feit dat oud-gevangenisdirecteuren hebben gedemon-streerd bij de Tweede Kamer en de Hoge Raad, omdat er in hun ogen niet te verklaren zaken zijn gebeurd in deze zaak? Wat zegt dit volgens u? 

Vraag 4

Welke rol zou dit boek van Derksen, met wetenschappelijk onderbouwde conclusies, naar uw mening in de herzieningsprocedure, met name waar het gaat over het oordeel van de Hoge Raad, kunnen of moeten spelen? 

Vraag 5

Wat gebeurt er met wetenschappelijke conclusies indien zij zijn verschenen ná het uitbrengen van het herzieningsadvies van de advocaat-generaal, maar vóór het oordeel van de Hoge Raad hierover, los van deze concrete zaak? In hoeverre kunnen dergelijke nieuwe inzichten worden meegenomen bij het uiteindelijke besluit over een herzieningsverzoek?


1«Rammelende argumenten voor de Hoge Raad. Wegpoetsstrategieën van mr. Aben in de herzieningszaak Baybasin», Ton Derksen


kv-tk-2017Z18845 ’s-Gravenhage 2017 Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, Vragen 


Voor meer informatie, zie:https://www.bs-foundation.nl

J’accuse!….de Staat der Nederlanden



In 1898 schreef Emile Zola zijn ‘J’accuse’, een beschuldiging aan het adres van de Franse Staat wegens ernstig misdrijven begaan tegen de Joods-Franse officier Alfred Dreyfus. Hij werd op valse gronden gedegradeerd, veroordeeld en verbannen naar het Duivelseiland. Zijn veroordeling bleek een politiek misdrijf waarvoor na vele jaren een aantal hoogwaardigheidsbekleders ter verantwoording is geroepen. Honderd jaar later werd in Nederland een Koerdisch zakenman, tevens activist voor de Koerdische belangen, tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld op basis van valse beschuldigingen, gemanipuleerd bewijs en geconstrueerde feiten. Deze Koerd - Hüseyin Baybasin - zou opdracht gegeven hebben tot moorden, leiding hebben gegeven aan heroïnehandel en personen hebben gegijzeld. De bewijzen die het Openbaar Ministerie daartoe aanvoerde zijn voornamelijk gebaseerd op gemanipuleerde telefoontaps en foute vertalingen daarvan door zogenoemde taptolken. Daar komt bij dat ontlastend bewijsmateriaal stelselmatig onder het vloerkleed is geveegd.


Geknoei met taps

In de afgelopen jaren hebben diverse deskundigen aangetoond dat de telefoontaps op basis waarvan Baybasin werd veroordeeld gemanipuleerd zijn. En op zich authentiek gebleken gesprekken veranderden door een verkeerd begrip van de Koerdische taal in regelrechte verdachtmakingen, gebaseerd op onjuiste aannames. De gesprekken waren getapt en bestonden volgens het Openbaar Ministerie uit reeksen codetaal, die door Baybasin zouden zijn gebezigd. Bijvoorbeeld: als hij het had over het aankopen en verkopen van auto’s sprak hij volgens het OM in een codetaal over een opdracht tot liquidatie van een bepaald persoon. Overigens is die persoon nog springlevend. Ander voorbeeld: als zijn contactpersoon vroeg hem terug te bellen (to make him call) nam het OM aan dat hij opdracht gaf tot moord met een niet in de Engelse taal bestaande interpretatie namelijk to make him cold.

De forensische onderzoeksafdeling van PriceWaterhouseCoopers stelde vast dat het mogelijk is geweest dat de taps in tapkamers van de inlichtingendienst zijn gemanipuleerd. Sterker nog: nota bene een oud-medewerker en tapkamerdeskundige van de Militaire Inlichtingendienst concludeerde dat er met de taps geknoeid was. En een internationaal gerenommeerd hoogleraar Koerdische taal legde feilloos de vinger op verkeerde interpretaties van de vertalingen die gebruikt zijn in de rechtszaal.


Turks – Nederlandse samenwerking

De vraag rijst waarom de Nederlandse Staat zich jarenlang beijverd heeft om Baybasin levenslang achter slot en grendel te krijgen. Er moeten wel heel grote belangen in het geding zijn om tot zo’n definitieve verwijdering over te gaan. Over de motieven van de Staat bestaan sterke vermoedens, maar wij willen de harde feiten niet voortdurend met die vermoedens belasten. Feit is dat Baybasin in het verleden deel uit maakte van de Turkse geheime dienst en daardoor kennis kan hebben van zaken die zowel in Turkije als in Nederland het daglicht niet kunnen verdragen. Zaken die mogelijk zijn terug te voeren op de zogenoemde IRT-affaire over illegale opsporingsmethoden inzake heroïne- handel en de daarop volgende Parlementaire Enquête. Zaken die speelden in de jaren dat gesprekken van Baybasin zijn opgenomen. Feit is dat Baybasin de mede-oprichter was van het Koerdisch Parlement in ballingschap (Den Haag 1995) en door Turkije als een grote bedreiging werd gezien.

In 1996 vroeg de Turkse overheid om uitlevering van haar voormalig geheim agent. Deze uitlevering werd tot in hoogste instantie geblokkeerd door de Nederlandse rechter, die aannemelijk achtte dat Baybasin in Turkije zou worden gemarteld of gedood. Toen uitlevering niet mogelijk bleek, startte opmerkelijk genoeg de Néderlandse Staat een procedure tegen Baybasin om hem tot levenslang veroordeeld te krijgen.

In 2002 werd Baybasin in hoger beroep veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Hij zou telefonisch moorden hebben verordonneerd, een gijzeling hebben beraamd en een heroïnedeal hebben afgesloten.

In 2011 diende de advocaat van Baybasin een verzoek tot herziening van het strafproces in bij de Hoge Raad der Nederlanden. Zij voerde ruim een honderdtal nieuwe feiten aan die tijdens de eerdere beoordeling door het Gerechtshof niet in overweging waren genomen.


Deskundigen gediskwalificeerd

Met de beoordeling van dit herzieningsverzoek werd de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad mr. Diederik Aben belast. Deze staatsjurist heeft er zes (!) jaar over gedaan om uiteindelijk in 2017 een conclusie van ruim 1700 pagina’s te produceren. Zijn conclusie luidt dat de strafzaak Baybasin geen herziening behoeft. Aben meent dat de meeste door de verdediging aangevoerde nieuwe feiten onvoldoende nieuws bevatten. Ook stelt hij dat het niet mogelijk was de als bewijs gebruikte taps te manipuleren en dat er niks mis was met de vertalingen en interpretaties van de Koerdische taal die gesproken werd. De door de verdediging aangevoerde deskundigen werden door Aben allen volledig gediskwalificeerd. De mening van een door Aben zelf aangevoerde, niet ter zake deskundig gebleken ‘expert’, werd daarentegen verabsoluteerd.

Prof. Ton Derksen, die meerdere malen met succes opkwam voor ten onrechte veroordeelde personen en onder meer in de zaak Lucia de B haar onschuld aantoonde, volgt de zaak Baybasin sinds enkele jaren op de voet en heeft deze gedocumenteerd. Hij komt bij herhaling tot de verbluffende conclusie dat er sprake moet zijn geweest van een veroordeling op basis van gemanipuleerd en dus niet rechtsgeldig bewijs. Derksen schreef eerder de boeken Verknipt Bewijs(2014) en De Baybasin-taps (2016).

Wegpoets-strategieën van Aben

In een recente bestudering van Aben’s ruim 1700 pagina’s tellende conclusie fileert Derksen de redeneringen van de Advocaat-Generaal en noemt zes wegpoets-strategieën van Aben. Ook toont Derksen aan dat de Hoge Raad op basis van pseudo wetenschappelijke en alleszins rammelende argumenten wordt misleid. Het heeft er alle schijn van dat Aben zich heeft laten gebruiken om de ‘grote schande’ rond deze Nederlandse Dreyfus-affaire af te dekken om het Openbaar Ministerie en andere direct betrokkenen vrijuit te laten gaan.

De consequenties van een herziening van de zaak (mede vanwege foute tapkamer-methoden, foute vertalingen en bewust gemanipuleerd bewijs) zouden uiteraard zeer ingrijpend zijn. Denk bijvoorbeeld aan andere veroordeelden die net als Baybasin menen op basis van foute taps veroordeeld te zijn en alsnog hun recht opeisen. Denk aan een diepgravend (parlementair?!) onderzoek dat moet volgen als blijkt dat de Nederlandse Staat bewust heeft toegewerkt naar een onterechte veroordeling van Baybasin. Waarom is het gebeurd? Wie zaten daar achter? Wie hadden er weet van en keken liever weg? Welke belangen waren er mee gemoeid?


Het Parlement verantwoordelijk

De afgelopen jaren hebben voormalig Justitie-ambtenaren, wetenschappers, journalisten en publicisten de zaak Baybasin kritisch gevolgd. Hen bekroop in toenemende mate het gevoel dat er sprake is van een groot onrecht en van een ernstige inbreuk op de rechtsstaat. Zij spraken hier over met parlementariërs en hoopten dat die serieus werk zouden maken van hun controlerende taak. Maar tevergeefs. Tot dusver kregen zij te horen dat het parlement zich, zolang zaken onder de rechter zijn, niet dient te bemoeien met de rechtsgang. Dat excuus geldt in dit specifieke geval echter niet. Immers, de onafhankelijkheid van de rechtspraak is hier in het geding. Als die niet gegarandeerd is dreigt maatschappelijke ontwrichting en heeft Nederland straks een eigen beschamende Dreyfus-affaire. Het Parlement mag zich niet aan zijn verantwoordelijkheid voor het behoud van de rechtsstaat onttrekken.


Voor meer informatie over de zaak Baybasin, zie: https://www.bs-foundation.nl